Io vivat
1. Io vivat ! io vivat ! Nostrorum sanitas Hoc est amoris poculum! Doloris est antidotum!
2. Io vivat ! io vivat ! Nostrorum sanitas Dum nihil est in poculo, Jam repleatur denuo!
3. Io vivat ! io vivat ! Nostrorum sanitas Nos jungit amicitia, Et vinum praebet gaudia !
4. Io vivat ! io vivat ! Nostrorum sanitas Est vita nostra brevior, Et mors amara longior.
5. Io vivat ! io vivat ! Nostrorum sanitas Osores nostri pereant! Amici semper floreant !
6. Io vivat ! io vivat ! Nostrorum sanitas Jam tota Academia ,Nobiscum amet gaudia.
Club lied
Nu het lied der vlaamse brossers, Nu een bruisend studentenlied. Met zijn blonde schuimende pinten en veel vaten int verschietn
Refrein:
Ei, het lied der Vlaamse Brossers Nu een bruisend studentenlied Waar peist je moeder da je zit Bij de Brossers voor altijd! (senior) Bij de Brossers (iedereen) Voor altijd
‘T werd gezeid da Kortrijk klein scheen maar dat is nu wel gedaan want nu zijn de Brossers op de been en ze zullen nooit vergaan
Refrein:
De Vlaamse leeuw
Zij zullen hem niet temmen, de fiere Vlaamse Leeuw, Al dreigen zij zijn vrijheid met kluisters en geschreeuw. Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft, Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft. Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft, Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft. Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.
De tijd verslindt de steden, geen tronen blijven staan: De legerbenden sneven, een volk zal nooit vergaan. De vijand trekt te velde, omringd van doodsgevaar. Wij lachen met zijn woede, de Vlaamse Leeuw is daar. Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft, Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft. Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.
Hij strijdt nu duizend jaren voor vrijheid, land en God; En nog zijn zijne krachten in al haar jeugdgenot. Als zij hem machteloos denken en tergen met een schop, Dan richt hij zich bedreigend en vrees’lijk voor hen op. Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft, Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft. Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.
Wee hen, de onbezonnen’, die vals en vol verraad De Vlaamse Leeuw komt strelen en trouweloos hem slaat. Geen enkele handbeweging die hij uit ’t oog verliest: En voelt hij zich getroffen, hij stelt zijn maan en briest. Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft, Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft. Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.
Het wraaksein is gegeven, hij is hun tergen moe; Met vuur in ’t oog, met woede springt hij den vijand toe. Hij scheurt, vernielt, verplettert, bedekt met bloed en slijk En zegepralend grijnst hij op ’s vijands trillend lijk. Zij zullen hem niet temmen, zolang een Vlaming leeft, Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft. Zolang de Leeuw kan klauwen, zolang hij tanden heeft.